Dashboard lampjes: wat betekent elk lampje?

Er gaat een lampje branden op je dashboard en je weet niet precies wat het betekent. Moet je direct stoppen, of kun je rustig doorrijden naar huis? Dashboardlampjes vertellen je veel over de staat van de auto, maar alleen als je ze kunt lezen. Bovendien zijn ze examenstof: het CBR stelt vragen over dashboardsymbolen. Op deze pagina leer je het systeem achter de lampjes, de belangrijkste symbolen en wat je in elke situatie doet.

Kort antwoord: rood betekent gevaar, stop zo snel als het veilig kan. Oranje is een waarschuwing, laat de auto binnenkort controleren. Groen, wit en blauw zijn informatie: een systeem staat aan. Het CBR stelt vragen over dashboardsymbolen.

Voor het theorie-examen zijn vooral deze onderwerpen belangrijk: het kleurensysteem, de rode waarschuwingslampjes, de lampjes voor verlichting en de symbolen van rijhulpsystemen.

Het kleurensysteem: rood, oranje, groen en blauw

Het handigste om te onthouden is de kleur. Autofabrikanten gebruiken grotendeels hetzelfde systeem, net als een verkeerslicht:

  • Rood betekent gevaar of een ernstig probleem. Stop zo snel als het veilig kan en zet de motor uit, of lees direct wat het lampje zegt.
  • Oranje of geel is een waarschuwing. Er is iets mis of een systeem werkt niet goed. Je kunt meestal voorzichtig verder, maar laat het op korte termijn controleren.
  • Groen of wit is informatie: een systeem staat aan, zoals je dimlicht of de richtingaanwijzer.
  • Blauw is ook informatie. Het bekendste blauwe lampje is het grootlicht.

Als je de auto start, gaan veel lampjes kort branden. Dat is een test: de auto controleert of de lampjes werken. Na een paar seconden horen ze weer uit te gaan. Blijft er een lampje branden, dan is er wel iets aan de hand.

Rode lampjes: stoppen en niet negeren

Een rood lampje vraagt om actie. Rijd niet door in de hoop dat het vanzelf overgaat. Dit zijn de rode lampjes die je in elk geval moet kennen:

  • Oliedruk (een oliekannetje met een druppel): de motor krijgt te weinig smering. Doorrijden kan de motor in korte tijd beschadigen. Stop en zet de motor uit.
  • Accu of laadstroom (een batterij met plus en min): de accu wordt niet meer opgeladen. De auto rijdt nog even op de accu, maar valt daarna stil.
  • Koelvloeistoftemperatuur (een thermometer in golvende lijnen): de motor wordt te warm. Stop en laat de motor afkoelen voordat je iets controleert.
  • Remsysteem (een uitroepteken in een cirkel tussen haakjes): de handrem staat nog aan, of er is een probleem met de remmen of de remvloeistof.
  • Airbag (een zittend poppetje met een bal ervoor): het airbagsysteem heeft een storing en werkt bij een ongeluk mogelijk niet.
  • Gordel (een poppetje met een gordel): iemand draagt zijn gordel niet.

Moet je stoppen op de snelweg? Gebruik de vluchtstrook alleen in een echt noodgeval, zet je alarmlichten aan en ga zelf achter de vangrail staan. Lees meer over de vluchtstrook en over wanneer je de gevarendriehoek plaatst.

Stappenplan bij een rood lampje

  • Blijf rustig en kijk welk lampje het is. Veel auto’s tonen er een korte tekstmelding bij.
  • Zoek een veilige plek om te stoppen: een parkeerplaats, een tankstation of een zijweg. Niet midden op de rijbaan.
  • Zet de auto stil, schakel je alarmlichten in als je in de weg staat en zet de motor uit.
  • Controleer alleen wat je veilig kunt controleren, zoals het oliepeil. Open de koelvloeistofdop nooit bij een hete motor.
  • Twijfel je, bel dan pechhulp in plaats van door te rijden.

Juist bij oliedruk en temperatuur kan een paar kilometer doorrijden het verschil maken tussen een kleine reparatie en een kapotte motor.

Oranje lampjes: waarschuwing en controle

  • Motorstoring (het silhouet van een motorblok): de motorelektronica heeft een fout gevonden. Brandt het lampje continu, laat het dan snel uitlezen. Knippert het, rijd dan rustig en laat de auto zo snel mogelijk nakijken.
  • ABS (de letters ABS in een cirkel): het antiblokkeersysteem werkt niet. Je gewone remmen werken nog wel, maar bij een noodstop kunnen de wielen blokkeren.
  • Stabiliteitscontrole (een auto met slingerende lijnen): knippert dit lampje tijdens het rijden, dan grijpt het systeem in omdat de auto dreigt te slippen. Rijd rustiger. Brandt het continu, dan is het systeem uitgeschakeld of defect.
  • Bandenspanning (een doorsnede van een band met een uitroepteken): een of meer banden hebben te weinig druk. Controleer de spanning bij het eerstvolgende tankstation.
  • Voorgloeien (een spiraal, alleen bij diesels): de motor warmt voor. Wacht met starten tot het lampje uit is.
  • Brandstofreserve (een benzinepomp): je rijdt op de reserve.
  • Mistachterlicht (een lampje met een golvende lijn en rechte strepen naar rechts): je mistachterlicht staat aan. Dit lampje is bewust oranje, omdat het mistachterlicht alleen bij heel slecht zicht aan mag.

Wanneer het mistachterlicht wel en niet mag, lees je op onze pagina over mistlampen.

Groene en blauwe lampjes: informatie

Deze lampjes zeggen alleen dat iets aanstaat. Toch zijn ze belangrijk, zeker op het examen. De richtingaanwijzers knipperen groen. Het dimlicht is een groen lampje met schuine strepen naar beneden. Het grootlicht is een blauw lampje met rechte strepen. Het mistlicht aan de voorkant is groen. Staat het blauwe grootlichtlampje aan terwijl je een tegenligger nadert, dan moet je terugschakelen naar dimlicht. Alle regels over lichten vind je bij autoverlichting.

Ook rijhulpsystemen hebben hun eigen lampjes. Cruise control laat meestal een groen of wit snelheidsmetertje zien, en bij adaptive cruise control verschijnt er vaak een auto met streepjes ervoor. Hoe die systemen werken, lees je bij adaptive cruise control.

Waarom dashboardlampjes examenstof zijn

Het CBR stelt al langere tijd vragen over rijhulpsystemen en dashboardsymbolen. Je kunt bijvoorbeeld een foto krijgen van een dashboard met een brandend lampje en de vraag wat je moet doen. Of een vraag over welk lampje hoort bij het mistachterlicht. Vanaf 1 oktober 2026 legt het CBR bij vragen over rijhulpsystemen meer nadruk op het juiste rijgedrag bij het gebruik ervan. Het totale aantal examenvragen blijft gelijk. Hoe het examen verder is opgebouwd, lees je bij het theorie-examen van het CBR.

Let op: symbolen verschillen per merk

Het kleurensysteem is vrijwel overal hetzelfde, maar de exacte vorm van een symbool kan per merk en model iets afwijken. Nieuwere auto’s tonen bovendien vaak een tekstmelding naast het lampje. Rijd je in een onbekende auto, kijk dan even in het instructieboekje of het menu van de boordcomputer. Op het examen gebruikt het CBR de gangbare symbolen die je hierboven hebt gezien.

Zo onthoud je de lampjes

  • Onthoud eerst de kleuren: rood is stoppen, oranje is controleren, groen en blauw is informatie.
  • Leer daarna de zes rode lampjes uit je hoofd. Die zijn het belangrijkst voor je veiligheid.
  • Koppel elk symbool aan wat het laat zien: een oliekannetje, een batterij, een thermometer.
  • Oefen met vragen waarin je een dashboard ziet en moet kiezen wat je doet.

Voorbeeldvraag

Tijdens het rijden gaat een rood lampje branden in de vorm van een oliekannetje. Wat doe je?

Je stopt zo snel als het veilig kan en zet de motor uit. Het lampje waarschuwt voor te lage oliedruk, en doorrijden kan de motor beschadigen.

Kort onthouden

Rood: stoppen. Oranje: laten controleren. Groen, wit en blauw: een systeem staat aan. Blauw lampje: grootlicht.

Oefenen

Lees ook autoverlichting en mistlampen. Welke rijhulpsystemen er zijn en wat het CBR erover vraagt, lees je bij ADAS in het theorie-examen.

Start hier gratis met theorie oefenen

Lees ook

Deze pagina gaat over de lampjes op je dashboard. Welke lichten je buiten aan moet zetten en wanneer, lees je bij autoverlichting.

Veelgestelde vragen over dashboard lampjes

Een rood lampje wijst op een ernstig probleem of gevaar, zoals te lage oliedruk, een oververhitte motor of een storing in de remmen. Stop zo snel als het veilig kan en zet de motor uit voordat je verder kijkt.

Meestal wel, maar voorzichtig. Oranje is een waarschuwing dat een systeem niet goed werkt. Laat de auto op korte termijn controleren. Knippert het motorstoringslampje, rijd dan rustig en laat de auto zo snel mogelijk nakijken.

Bij het starten test de auto de lampjes. Ze gaan kort aan en horen na een paar seconden weer uit te gaan. Blijft er een lampje branden nadat de motor loopt, dan is er iets aan de hand.

Het bekendste blauwe lampje is het grootlicht. Het laat zien dat je grootlicht aanstaat. Nader je een tegenligger of rijd je kort achter iemand, dan schakel je terug naar dimlicht.

Ja. Het CBR stelt vragen over dashboardsymbolen en rijhulpsystemen. Je kunt bijvoorbeeld een dashboard met een brandend lampje zien en moeten aangeven wat je doet.

Klaar om verder te oefenen?

Rood betekent stoppen, oranje betekent laten controleren en groen of blauw betekent dat een systeem aanstaat. Leer de rode lampjes uit je hoofd en oefen met vragen waarin je een dashboard ziet, zodat je op het examen direct weet wat je moet doen.

Start gratis met theorie oefenen

Laatst bijgewerkt: 28 september 2026. Gecontroleerd aan de hand van het nieuws van het CBR over rijhulpsystemen en dashboardsymbolen. Geschreven door de redactie van Theorie Examen Oefenen.