Stopafstand en remweg berekenen: zo werkt het, met voorbeelden

Hoeveel meter heb je nodig om tot stilstand te komen? Veel mensen onderschatten dat flink. Toch is het de basis van veilig rijden: je afstand tot je voorganger, je snelheid bij regen en je reactie op een overstekend kind hangen er allemaal van af. Op het theorie-examen komt het terug in vragen over afstand houden, snelheid en gevaarherkenning.

Kort antwoord: de stopafstand is de reactieafstand plus de remweg. De reactieafstand is de afstand die je aflegt voordat je gaat remmen. De remweg is de afstand die je aflegt terwijl je remt. Verdubbel je je snelheid, dan wordt je remweg ongeveer vier keer zo lang.

Reactieafstand

Tussen het moment dat je een gevaar ziet en het moment dat je voet op de rem staat, zit tijd. Die reactietijd is gemiddeld ongeveer één seconde bij een oplettende bestuurder. In die seconde rijd je gewoon door met dezelfde snelheid.

Vuistregel: reactieafstand in meters = (snelheid ÷ 10) × 3.

  • Bij 50 km/u: (50 ÷ 10) × 3 = 15 meter.
  • Bij 80 km/u: (80 ÷ 10) × 3 = 24 meter.
  • Bij 100 km/u: (100 ÷ 10) × 3 = 30 meter.

Ben je moe, afgeleid door je telefoon of heb je alcohol gedronken, dan wordt je reactietijd langer. Twee seconden in plaats van één betekent een verdubbeling van je reactieafstand.

Remweg

De remweg is de afstand die je auto aflegt vanaf het moment dat je remt tot je stilstaat. Die hangt af van je snelheid, het wegdek, je banden en je remmen.

Vuistregel bij droog wegdek: remweg in meters = (snelheid ÷ 10)² ÷ 2.

  • Bij 50 km/u: 5 × 5 = 25, gedeeld door 2 = 12,5 meter.
  • Bij 80 km/u: 8 × 8 = 64, gedeeld door 2 = 32 meter.
  • Bij 100 km/u: 10 × 10 = 100, gedeeld door 2 = 50 meter.

Bij een nat wegdek kun je de remweg ruwweg verdubbelen. Bij sneeuw of ijs kan hij nog veel langer worden. Het wegdek kan ook glad zijn door bladeren, olie of losliggend grind.

Stopafstand

Tel je beide op, dan krijg je de stopafstand:

  • Bij 50 km/u op een droge weg: 15 + 12,5 = ongeveer 28 meter.
  • Bij 100 km/u op een droge weg: 30 + 50 = 80 meter.
  • Bij 100 km/u op een natte weg: 30 + 100 = ongeveer 130 meter.

Dit zijn vuistregels om een beeld te krijgen, geen exacte natuurkunde. Ze laten wel duidelijk zien hoe snel de stopafstand groeit.

Voorbeeld

Je rijdt 50 km/u in een woonwijk. Op 20 meter voor je rolt een bal de straat op, met een kind erachteraan. Kun je op tijd stoppen? Met een stopafstand van ongeveer 28 meter niet. Had je 30 km/u gereden, dan was je reactieafstand 9 meter en je remweg ongeveer 4,5 meter geweest: samen zo’n 14 meter. Dan had je wel kunnen stoppen. Dit is precies waarom in woonwijken lagere snelheden gelden. Lees meer bij de bebouwde kom.

Waarom snelheid zo zwaar weegt

De reactieafstand groeit gelijk op met je snelheid, maar de remweg groeit in het kwadraat. Twee keer zo hard betekent twee keer zo’n lange reactieafstand en vier keer zo’n lange remweg. Een klein beetje harder rijden maakt dus een groot verschil in de afstand die je nodig hebt.

Afstand houden: de 2-secondenregel

Omdat je de afstand in meters moeilijk kunt schatten, is de 2-secondenregel handig. Kies een vast punt langs de weg, zoals een lantaarnpaal. Passeert je voorganger dat punt, tel dan rustig ‘eenentwintig, tweeentwintig’. Ben je bij het punt voordat je klaar bent, dan zit je te dicht op. Bij regen, mist of gladheid houd je meer afstand, bijvoorbeeld 3 of 4 seconden. Bij aquaplaning en slecht zicht is extra ruimte extra belangrijk.

Veelgemaakte fouten

  • De reactieafstand vergeten — de stopafstand is meer dan alleen de remweg.
  • Denken dat de remweg lineair groeit — dubbele snelheid is vier keer zo’n lange remweg.
  • Bij regen dezelfde afstand houden — op nat wegdek is de remweg ongeveer twee keer zo lang.
  • Afleiding onderschatten — elke seconde langer reageren kost meters.
  • Te dicht achter je voorganger rijden — houd minimaal 2 seconden afstand.

Leertip

Leer twee getallen uit je hoofd: bij 50 km/u ongeveer 28 meter, bij 100 km/u ongeveer 80 meter op een droge weg. Daarmee kun je de meeste examenvragen al goed inschatten.

Kort onthouden

Stopafstand is reactieafstand plus remweg. Harder rijden, afleiding en een nat wegdek maken hem flink langer.

Oefenen

Situaties waarin je op tijd moet remmen, oefen je goed met gevaarherkenning. Test je kennis via theorievragen of ga direct naar auto theorie oefenen.

Start hier gratis met theorie oefenen

Veelgestelde vragen over stopafstand en remweg

De remweg is de afstand tijdens het remmen. De stopafstand is de reactieafstand plus de remweg.

Met de vuistregel (snelheid gedeeld door 10) keer 3. Bij 50 km/u is dat ongeveer 15 meter.

Op een droog wegdek met de vuistregel (snelheid gedeeld door 10) in het kwadraat, gedeeld door 2. Bij 100 km/u is dat ongeveer 50 meter.

De remweg wordt ongeveer vier keer zo lang.

Ruwweg twee keer zo lang als op een droog wegdek.

Een manier om afstand te houden: je passeert een vast punt minimaal 2 seconden na je voorganger. Bij slecht weer houd je meer afstand.

Klaar om verder te oefenen?

Met een paar vuistregels schat je snel in hoeveel ruimte je nodig hebt. Oefen situaties met snelheid en afstand, zodat je op het examen meteen ziet wanneer je te hard of te dicht op rijdt.

Start gratis met theorie oefenen

Laatst bijgewerkt: 23 september 2026. Gecontroleerd aan de hand van artikel 19 van het RVV 1990. De afstanden zijn vuistregels uit de rijopleiding, geen exacte metingen. Geschreven door de redactie van Theorie Examen Oefenen.