Voorrangsborden: alle B-borden uitgelegd, van voorrangsweg tot stopbord

Voorrangsborden bepalen wie er op een kruispunt als eerste mag. Ze gaan voor de gewone regel dat verkeer van rechts voorgaat. Wie ze niet goed kent, maakt op het theorie-examen snel fouten bij kruispuntvragen, omdat de hele situatie dan anders wordt gelezen.

Kort antwoord: voorrangsborden zijn de B-borden. Er zijn borden die zeggen dat jij voorrang hebt, zoals de voorrangsweg, en borden die zeggen dat jij voorrang moet verlenen, zoals ‘voorrang verlenen’ en het stopbord.

Waarom voorrangsborden zo belangrijk zijn

Zonder borden geldt op een kruispunt voorrang van rechts. Voorrangsborden veranderen dat. In de rangorde van het RVV 1990 gaan verkeersborden voor de algemene regels, maar een verkeerslicht of een verkeersregelaar gaat weer voor het bord. Die volgorde lees je uitgebreid bij de voorrangsregels.

Borden die zeggen dat jij voorrang hebt

Voorrangsweg

Het oranje-gele ruitvormige bord met een witte rand betekent dat je op een voorrangsweg rijdt. Op alle kruispunten heb je voorrang op verkeer uit zijwegen, van links en van rechts, tot je het bord ‘einde voorrangsweg’ tegenkomt. Dat is dezelfde ruit met een zwarte schuine streep.

Voorrangskruispunt

Een driehoekig bord met rode rand en een kruis waarvan de verticale lijn dik is, kondigt een kruispunt aan waar jij voorrang hebt. Het geldt alleen voor dat ene kruispunt. Er zijn ook varianten waarop alleen een zijweg van rechts of van links te zien is. Die laten zien dat je voorrang hebt op verkeer uit die zijweg.

Afbuigende voorrangsweg

Soms staat onder het voorrangsbord een onderbord met een dikke, afbuigende lijn. Dan maakt de voorrangsweg op het kruispunt een bocht. Wie de dikke lijn volgt, houdt voorrang. Lees er meer over bij de afbuigende voorrangsweg.

Borden die zeggen dat jij voorrang moet verlenen

Voorrang verlenen

Het omgekeerde driehoekige bord, met de punt naar beneden, een rode rand en een witte binnenkant, betekent dat je voorrang moet verlenen aan bestuurders op de kruisende weg, van links en van rechts. Vaak liggen er ook haaientanden op het wegdek: een rij witte driehoekjes met de punt naar jou toe. Haaientanden hebben dezelfde betekenis en kunnen ook zonder bord voorkomen.

Je hoeft niet altijd te stoppen. Is de weg vrij en heb je goed zicht, dan mag je rustig doorrijden. Het gaat erom dat niemand voor jou hoeft te remmen of uit te wijken.

Stopbord

Het rode achthoekige bord met STOP betekent dat je moet stoppen en voorrang moet verlenen. Stoppen betekent hier echt stilstaan, bij de stopstreep of, als die er niet is, op een plek waar je de kruisende weg goed kunt overzien. Ook als de weg helemaal leeg is, moet je volledig tot stilstand komen. Rustig doorrollen is een fout.

Voorbeeld

Je nadert een kruispunt en ziet een stopbord met een stopstreep. Van links en rechts komt niemand. Wat doe je? Je stopt volledig bij de stopstreep, kijkt links en rechts en rijdt daarna pas weg. Een stopbord vraagt altijd om stilstand, ook als het rustig is.

Borden en haaientanden samen

Voorrangsborden en haaientanden versterken elkaar. Zie je haaientanden zonder bord, dan moet je nog steeds voorrang verlenen. Zie je een voorrangsbord, maar staat het verkeerslicht op groen? Dan volg je het licht, want een werkend verkeerslicht gaat voor het bord. Valt het licht uit of knippert het geel, dan geldt het bord weer.

Voorrangsborden gelden ook voor de rest van het kruispunt. Ga je op een voorrangsweg linksaf, dan laat je tegemoetkomend verkeer dat rechtdoor gaat nog steeds voor. Het bord bepaalt alleen de voorrang tussen kruisende wegen, niet tussen verkeer op dezelfde weg.

Veelgemaakte fouten

  • ‘Voorrang verlenen’ zien als waarschuwingsbord — de punt wijst naar beneden, en het bord verplicht je voorrang te verlenen.
  • Doorrollen bij een stopbord — je moet echt stilstaan.
  • Denken dat je op een voorrangsweg altijd voorgaat — bij afslaan laat je tegemoetkomend rechtdoorgaand verkeer voor.
  • Haaientanden negeren omdat er geen bord staat — haaientanden alleen zijn genoeg.
  • Het bord boven het verkeerslicht plaatsen — een werkend licht gaat voor.

Leertip

Onthoud de vormen: een ruit is jouw voorrang op de hele weg, een driehoek met punt omhoog en dikke lijn is jouw voorrang op één kruispunt, een driehoek met punt omlaag is voorrang geven, een achthoek is stoppen en voorrang geven.

Kort onthouden

Voorrangsborden gaan voor rechts gaat voor, maar niet voor verkeerslichten of een verkeersregelaar. Bij een stopbord sta je altijd even stil.

Oefenen

Vergelijk dit met situaties zonder borden, zoals het gelijkwaardig kruispunt en de T-splitsing. Test daarna je kennis via theorievragen of ga direct naar auto theorie oefenen.

Start hier gratis met theorie oefenen

Alle voorrangsborden op een rij (B1 t/m B7)

De B-serie uit Bijlage 1 van het RVV 1990 telt zeven borden. In de tabel zie je per bord wie er voorrang heeft en wat je als bestuurder moet doen.

BordCodeBetekenisWie gaat voor?Wat doe je?
Verkeersbord B1: voorrangswegB1VoorrangswegJij, op alle kruispunten tot B2Doorrijden, maar blijf opletten op verkeer dat je geen voorrang geeft.
Verkeersbord B2: einde voorrangswegB2Einde voorrangswegWeer de gewone regelsOp het volgende kruispunt opnieuw bepalen wie voorgaat.
Verkeersbord B3: voorrangskruispuntB3VoorrangskruispuntJij, alleen op het eerstvolgende kruispuntDoorrijden op dat kruispunt, daarna gelden weer de gewone regels.
Verkeersbord B4: voorrangskruispunt, zijweg linksB4Voorrangskruispunt, zijweg linksJij, op verkeer uit de zijweg linksLetten op verkeer uit de zijweg dat toch de weg opkomt.
Verkeersbord B5: voorrangskruispunt, zijweg rechtsB5Voorrangskruispunt, zijweg rechtsJij, op verkeer uit de zijweg rechtsLetten op verkeer uit de zijweg dat toch de weg opkomt.
Verkeersbord B6: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende wegB6Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende wegHet verkeer op de kruisende wegSnelheid omlaag, kijken, en alleen doorrijden als niemand hoeft te remmen.
Verkeersbord B7: stop, verleen voorrangB7Stop, verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende wegHet verkeer op de kruisende wegAltijd volledig stoppen, ook als de weg leeg is.

Borden die op voorrangsborden lijken

Een paar borden worden vaak verward met voorrangsborden. Het belangrijkste is het bord ‘gevaarlijk kruispunt’ (J8): een driehoek met een kruis waarvan alle lijnen even dik zijn. Dat bord geeft niemand voorrang. Het waarschuwt alleen dat er een kruispunt komt, en daar gelden de gewone regels, dus vaak voorrang van rechts. Pas als de lijn van jouw weg dikker is, zoals bij B3, heb jij voorrang.

BordCodeVerschil met een voorrangsbord
Verkeersbord J8: gevaarlijk kruispuntJ8Gevaarlijk kruispunt: alle lijnen even dik, dus geen voorrang geregeld.
Verkeersbord J9: rotondeJ9Rotonde: waarschuwing. Wie voorgaat, bepalen de borden en haaientanden bij de rotonde zelf.
Verkeersbord J14: tram(kruising)J14Tram(kruising): waarschuwing. Volgens het RVV 1990 geef je op een kruispunt voorrang aan de tram, tenzij borden of lichten iets anders regelen.

Haaientanden zonder bord

Haaientanden zijn in het RVV 1990 omschreven als voorrangsdriehoeken op het wegdek. Ze hebben dezelfde betekenis als bord B6: je verleent voorrang aan het verkeer op de kruisende weg. Je vindt ze vaak bij het uitrijden van een woonwijk, bij fietspaden die een weg kruisen en bij rotondes. Ook zonder bord zijn ze bindend.

Voorrangsborden op de rotonde

Bij de meeste rotondes in Nederland staat bij elke toegang een bord B6 met haaientanden. Dan heeft het verkeer op de rotonde voorrang. Staan die borden en haaientanden er niet, dan geldt de gewone regel en heeft verkeer van rechts voorrang, dus het verkeer dat de rotonde oprijdt. Op het examen is dit een bekende strikvraag: kijk dus altijd of er borden of haaientanden staan.

Bron: Bijlage 1 en artikel 15 van het RVV 1990. Afbeeldingen: officiële RVV-bordontwerpen via Wikimedia Commons.

Veelgestelde vragen over voorrangsborden

De B-borden die bepalen wie op een kruispunt voorrang heeft, zoals de voorrangsweg, ‘voorrang verlenen’ en het stopbord.

Nee. Je moet voorrang geven, maar als de weg vrij is en je goed zicht hebt, mag je rustig doorrijden.

Ja. Bij een stopbord moet je altijd volledig stilstaan voordat je verder rijdt.

Dat je voorrang moet verlenen aan verkeer op de kruisende weg. Ze hebben dezelfde betekenis als het bord ‘voorrang verlenen’.

Nee. Een werkend verkeerslicht gaat voor het voorrangsbord. Valt het licht uit, dan geldt het bord.

Op verkeer uit zijwegen wel. Sla je af, dan laat je tegemoetkomend verkeer dat rechtdoor gaat voor.

Klaar om verder te oefenen?

Wie de vorm van een voorrangsbord herkent, weet meteen wie er voorgaat. Oefen kruispunten met en zonder borden door elkaar, zodat je op het examen niet twijfelt.

Start gratis met theorie oefenen

Laatst bijgewerkt: 23 september 2026. Gecontroleerd aan de hand van Bijlage 1 en artikel 15 en 84 van het RVV 1990. Geschreven door de redactie van Theorie Examen Oefenen.