Voorrangsregels: het complete overzicht voor je theorie-examen

Voorrangsvragen komen op het theorie-examen steeds terug. Vaak zie je een kruispunt met een paar weggebruikers en moet je snel bepalen wie als eerste mag. Wie de voorrangsregels los van elkaar uit zijn hoofd leert, raakt bij zulke vragen al snel in de war. Wie weet in welke volgorde je de regels toepast, lost bijna elke situatie op.

Kort antwoord: kijk eerst naar een verkeersregelaar, dan naar verkeerslichten, dan naar verkeersborden en haaientanden en pas daarna naar de gewone verkeersregels, zoals voorrang van rechts.

Op deze pagina vind je die volgorde uitgelegd, de belangrijkste regels op een rij met bij elke regel een voorbeeld, en per situatie een link naar de uitgebreide uitleg.

Wat betekent voorrang precies?

Voorrang verlenen betekent dat je een andere weggebruiker de ruimte geeft om als eerste te gaan, zonder dat die persoon hoeft af te remmen of uit te wijken. Het is dus meer dan alleen stoppen. Je laat duidelijk zien dat je wacht, bijvoorbeeld door op tijd snelheid te minderen.

Voorrang hebben betekent niet dat je altijd door mag rijden. Ziet iemand jou niet, dan moet je alsnog proberen een aanrijding te voorkomen. Die houding wordt op het examen ook getoetst, vooral bij vragen over gevaarherkenning.

De regels staan in het RVV 1990, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens.

De volgorde: wat gaat voor?

Verschillende regels kunnen tegelijk gelden. Daarom bestaat er een vaste rangorde. Een hogere regel gaat altijd voor een lagere regel.

  1. Aanwijzingen van een verkeersregelaar of de politie gaan boven alles, ook boven verkeerslichten. Lees meer over de tekens van een verkeersregelaar.
  2. Verkeerslichten gaan voor verkeersborden en gewone regels. Staat een verkeerslicht op groen terwijl er ook een voorrangsbord staat, dan volg je het licht. Wat elke kleur betekent, lees je bij het verkeerslicht.
  3. Verkeersborden en haaientanden gaan voor de algemene regels. Een bord als ‘voorrangsweg’ of ‘voorrang verlenen’ bepaalt dan wie er eerst mag. Alle borden uit deze groep zie je bij de voorrangsborden, en een compleet overzicht vind je bij verkeersborden en hun betekenis.
  4. De algemene verkeersregels gelden als er niets anders geregeld is, zoals op een gelijkwaardig kruispunt.

Valt een verkeerslicht uit of knippert het geel, dan val je terug op de borden. Zijn die er niet, dan gelden de gewone regels.

Voorbeeld

Je nadert een kruispunt waar het verkeerslicht voor jou op rood staat. Midden op het kruispunt staat een verkeersregelaar die jou met een armgebaar laat doorrijden. Wat doe je? Je volgt de verkeersregelaar en rijdt voorzichtig door, want zijn aanwijzing gaat boven het rode licht.

Voorrang van rechts

De bekendste regel is dat verkeer van rechts voorgaat. Die regel geldt alleen op een kruispunt waar niets anders geregeld is. Zo’n kruispunt heet een gelijkwaardig kruispunt.

De breedte van een weg of de drukte zegt niets over de voorrang. Ook op een T-splitsing kan voorrang van rechts gelden, zolang er geen borden of haaientanden staan.

Het RVV 1990 kent twee uitzonderingen op voorrang van rechts: bestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op een verharde weg, en iedereen verleent voorrang aan de tram.

Voorbeeld

Je rijdt door een woonwijk en komt bij een kruispunt zonder borden, lichten of haaientanden. Van links komt een bestelbus, van rechts een fietser. Je laat de fietser voorgaan, want die komt van rechts. De bestelbus moet op jou wachten.

Voorrangsweg en afbuigende voorrangsweg

Rijd je op een voorrangsweg, dan heb je op kruispunten voorrang op verkeer van links en rechts. Het verkeer uit de zijwegen ziet haaientanden of een bord ‘voorrang verlenen’.

Soms buigt de voorrangsweg op een kruispunt af. Een onderbord laat dan zien welke richting de voorrangsweg volgt. Hoe je daarmee omgaat, lees je bij de afbuigende voorrangsweg.

Voorbeeld

Je komt uit een zijstraat en ziet haaientanden op het wegdek. Op de doorgaande weg nadert van links een auto. Ook al komt die auto van links, jij wacht. De haaientanden gaan voor de regel voorrang van rechts.

Uitritten, erven en onverharde wegen

Kom je een weg op vanuit een uitrit, een parkeerplaats of een tankstation, dan verleen je voorrang aan al het verkeer op die weg. Dat geldt ook voor fietsers en voetgangers. Dit zie je terug bij de uitritconstructie, die vaak herkenbaar is aan een doorlopend trottoir of een verhoogde drempel.

Hetzelfde geldt als je een woonerf verlaat. Wat binnen een erf geldt, staat bij de woonerf regels. Kom je van een zandweg of een ander onverhard pad, dan verleen je voorrang aan het verkeer op de verharde weg, ook als dat van links komt. Meer uitleg vind je bij voorrang op een onverharde weg.

Voorbeeld

Je rijdt de parkeerplaats van een supermarkt af. Op het trottoir loopt een voetganger en op het fietspad komt een scholier aanfietsen. Je laat beiden eerst passeren en rijdt pas daarna de weg op.

Afslaan en rechtdoor gaan

Ga je linksaf of rechtsaf, dan laat je het verkeer dat op dezelfde weg rechtdoor gaat voor. Dat geldt ook voor fietsers en bromfietsers op een fietspad naast de weg. Veel fouten ontstaan bij rechtsaf slaan, omdat een fietser rechts naast je rechtdoor wil. Kijk daarom altijd over je rechterschouder.

Ook bij het wisselen van rijstrook of invoegen op de snelweg geldt dat je het verkeer op de strook waar je naartoe gaat voor laat.

Voorbeeld

Je staat voor een groen licht en wilt rechtsaf. Rechts naast je, op het fietspad, staat een fietser die ook groen heeft en rechtdoor gaat. Je wacht tot de fietser is overgestoken en slaat daarna pas af.

Voetgangers, trams, treinen en bijzondere weggebruikers

Voetgangers op een zebrapad hebben voorrang. Ook als je afslaat, geef je voorrang aan voetgangers die de weg oversteken waar je in wilt rijden. De details lees je bij voetgangers voorrang.

Een tram heeft op een kruispunt voorrang, ook als hij van links komt. Borden en verkeerslichten gaan wel weer voor die regel. Een trein gaat altijd voor: bij een overweg laat je het spoor helemaal vrij. Lees meer bij de spoorwegovergang.

Voertuigen met blauw zwaailicht en een sirene moeten altijd vrije doorgang krijgen. Maak ruimte, maar blijf voorzichtig en rijd niet zomaar door rood als dat gevaar oplevert. Een militaire colonne mag je niet onderbreken.

Voorbeeld

Je staat voor een rood licht. Achter je nadert een ambulance met zwaailicht en sirene. Je zoekt rustig een plek om uit te wijken, bijvoorbeeld een stukje naar rechts. Alleen als het echt veilig is, schuif je een klein stukje op. Paniekerig door rood rijden is nooit de bedoeling.

Veelgemaakte fouten

  • Voorrang van rechts toepassen terwijl er haaientanden staan — borden en markeringen gaan voor.
  • Denken dat de breedste of drukste weg voorrang heeft — breedte en drukte bepalen niets zonder borden.
  • De uitzonderingen vergeten — de tram en verkeer op een verharde weg gaan voor, ook van links.
  • De fietser rechts naast je vergeten bij rechtsaf slaan — rechtdoorgaand verkeer gaat voor.
  • Uit een uitrit rijden alsof het een kruispunt is — vanuit een uitrit geef je iedereen voorrang.
  • Voorrang afdwingen — ook als je voorrang hebt, moet je een botsing proberen te voorkomen.

Leertip

Werk elke voorrangsvraag af in dezelfde volgorde: regelaar, verkeerslicht, bord of haaientanden, bijzondere situatie zoals een uitrit, tram of onverharde weg, en pas daarna rechts gaat voor. Een paar handige geheugensteuntjes vind je bij het ezelsbruggetje voor voorrangsregels.

Kort onthouden

Hoe hoger de regel in de rangorde, hoe zwaarder hij weegt. Voorrang van rechts is de laatste regel die je toepast, niet de eerste.

Oefenen

Voorrangssituaties leer je vooral door ze vaak te zien. Test je kennis via theorievragen, train je blik met gevaarherkenning oefenen of ga direct naar auto theorie oefenen.

Start hier gratis met theorie oefenen

Bijzondere voorrangssituaties

Twee situaties wijken af van de gewone volgorde: de tram, die op een gelijkwaardig kruispunt altijd voorgaat, en voertuigen met blauw licht en sirene. Lees meer bij tram en bus voorrang en bij voorrangsvoertuig.

Veelgestelde vragen over voorrangsregels

Eerst een verkeersregelaar, dan verkeerslichten, dan verkeersborden en haaientanden en daarna de algemene verkeersregels.

Alleen op een gelijkwaardig kruispunt, dus als er geen verkeersregelaar, verkeerslichten, borden of haaientanden zijn.

Nee. Wie uit een uitrit of van een erf komt, verleent voorrang aan al het verkeer op de weg.

Op een gelijkwaardig kruispunt heeft de tram voorrang, ook van links. Verkeersborden en verkeerslichten gaan wel voor.

Verkeer dat op dezelfde weg rechtdoor gaat, zoals een fietser naast je, gaat voor op verkeer dat afslaat.

In principe wel, maar je moet altijd proberen een aanrijding te voorkomen als een ander je voorrang niet geeft.

Klaar om verder te oefenen?

Met de juiste volgorde los je vrijwel elke voorrangsvraag op: regelaar, verkeerslicht, bord, bijzondere situatie en pas dan rechts gaat voor. Oefen deze situaties door elkaar, zodat je ze op het examen in een paar seconden herkent.

Start gratis met theorie oefenen

Laatst bijgewerkt: 23 september 2026. Gecontroleerd aan de hand van het RVV 1990 (artikelen 15, 18, 49, 50 en 84). Geschreven door de redactie van Theorie Examen Oefenen.