Regels in een tunnel: verlichting, afstand, keren en wat je doet bij pech of brand

Een tunnel is een bijzondere plek op de weg. Er is weinig ruimte, weinig licht en geen uitwijkmogelijkheid. Een klein incident kan daardoor snel groot worden. Daarom gelden er in tunnels extra regels, en daarom komen tunnelsituaties terug op het theorie-examen, vaak met een vraag over wat je moet doen bij file, pech of rook.

Kort antwoord: in een tunnel voer je dimlicht, houd je ruim afstand, mag je niet keren, niet achteruitrijden en niet stilstaan behalve in de file. Krijg je pech, zet dan je alarmlichten aan, zet de auto zo ver mogelijk rechts en ga naar een hulppost. Bij brand vlucht je via de nooduitgang, weg van de rook.

De regels op een rij

  • Dimlicht aan: ook overdag voer je in een tunnel dimlicht. Meer over lichten lees je bij autoverlichting.
  • Niet keren of achteruitrijden: dat is in een tunnel levensgevaarlijk en niet toegestaan.
  • Niet stilstaan of parkeren: alleen stoppen als het verkeer stilstaat of bij pech.
  • Afstand houden: houd ruim afstand tot je voorligger, zeker bij langzaam rijdend verkeer.
  • Borden en rijstrooksignalering volgen: een rood kruis boven een rijstrook betekent dat die strook dicht is.

File in de tunnel

Rijdt het verkeer langzaam of staat het stil, houd dan extra afstand, zodat je bij een incident kunt uitwijken of hulpdiensten ruimte hebben. Staat het verkeer echt stil, dan wordt geadviseerd de motor uit te zetten. Luister naar de radio en naar omroepberichten in de tunnel.

Pech in de tunnel

  1. Zet je alarmlichten aan.
  2. Rijd de auto zo ver mogelijk naar rechts, bij voorkeur naar een pechhaven of de vluchtstrook als die er is.
  3. Zet de motor uit en laat de sleutel in het contact, zodat de auto eventueel verplaatst kan worden.
  4. Stap aan de veilige kant uit en ga naar een hulppost om contact te leggen met de tunnelbeheerder.

Een gevarendriehoek plaatsen is in een tunnel vaak niet verstandig vanwege het gevaar van rondlopen op de rijbaan.

Brand of rook in de tunnel

  • Kun je doorrijden, rijd dan de tunnel uit.
  • Staat het verkeer vast, zet de auto aan de kant, motor uit, sleutel in het contact.
  • Laat je spullen achter en loop naar de dichtstbijzijnde nooduitgang, weg van de rook. Nooduitgangen zijn aangegeven met groene borden.
  • Volg de aanwijzingen via luidsprekers, radio en borden.

Veelgemaakte fouten

  • Geen dimlicht voeren omdat het overdag is — in een tunnel is het wel nodig.
  • Te dicht op je voorligger rijden in de file — houd ruimte voor hulpdiensten.
  • In de auto blijven bij rook — vlucht naar de nooduitgang.
  • De sleutel meenemen — laat hem zitten zodat de auto verplaatst kan worden.

Leertip

Denk bij tunnelvragen aan drie woorden: zichtbaar, afstand, vluchten. Dimlicht aan, ruim afstand, en bij rook weg van je auto naar de nooduitgang.

Kort onthouden

Dimlicht aan, afstand houden, niet keren of stilstaan, bij pech alarmlichten en hulppost, bij brand naar de nooduitgang.

Oefenen

Oefen bijzondere situaties via gevaarherkenning en bekijk het overzicht van de verkeersregels.

Start hier gratis met theorie oefenen

Veelgestelde vragen over rijden in een tunnel

Ja, ook overdag. In een tunnel voer je dimlicht zodat je goed zichtbaar bent.

Nee. Keren en achteruitrijden in een tunnel is niet toegestaan en zeer gevaarlijk.

Zet je alarmlichten aan, zet de auto zo ver mogelijk rechts, motor uit met de sleutel in het contact, en ga naar een hulppost.

Rijd de tunnel uit als dat kan. Staat het verkeer vast, laat je auto achter met de sleutel in het contact en loop naar een nooduitgang, weg van de rook.

Dat is vaak niet verstandig, omdat je daarvoor over de rijbaan moet lopen. Gebruik je alarmlichten en ga naar een hulppost.

Staat het verkeer echt stil, dan wordt geadviseerd de motor uit te zetten. Houd daarnaast ruim afstand tot je voorligger.

Klaar om verder te oefenen?

Tunnelvragen gaan over veiligheid. Wie de volgorde bij pech en brand kent, pakt deze punten.

Start gratis met theorie oefenen

Laatst bijgewerkt: 26 september 2026. Gecontroleerd aan de hand van het RVV 1990 en adviezen van Rijkswaterstaat. Geschreven door de redactie van Theorie Examen Oefenen.