Verkeersregels in Nederland: het complete overzicht voor je theorie-examen
Het theorie-examen draait om een paar honderd regels, maar ze hangen allemaal aan dezelfde kapstok. Wie begrijpt hoe de Nederlandse verkeersregels zijn opgebouwd, hoeft ze niet los uit het hoofd te leren. Deze pagina is die kapstok: per onderwerp de kern, met een link naar de uitgebreide uitleg.
Kort antwoord: de verkeersregels staan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De belangrijkste onderdelen voor het examen zijn voorrang, snelheid, plaats op de weg, inhalen, stilstaan en parkeren, verlichting en bijzondere situaties zoals tunnels en spoorwegovergangen. Er geldt ook een rangorde: aanwijzingen van een verkeersregelaar gaan voor verkeerslichten, verkeerslichten gaan voor borden, en borden gaan voor de algemene regels.
De rangorde: wat gaat voor wat?
- Aanwijzingen van bevoegde personen, zoals politie en verkeersregelaars. Zie verkeersregelaar tekens.
- Verkeerslichten. Zie verkeerslicht.
- Verkeersborden en markeringen. Zie verkeersborden en hun betekenis.
- De algemene verkeersregels, zoals rechts voorrang.
Deze volgorde is examenstof. Staat er een verkeersregelaar op een kruispunt met werkende verkeerslichten, dan volg je de verkeersregelaar.
Voorrang
Het grootste onderwerp van het examen. Begin bij het overzicht van de voorrangsregels en verdiep je daarna in:
- gelijkwaardig kruispunt en T-splitsing
- rotonde en afbuigende voorrangsweg
- fietsers, voetgangers en tram en bus
- uitritconstructie, onverharde weg en voorrangsvoertuigen
Snelheid en afstand
Binnen de bebouwde kom geldt meestal 50 km/u, buiten de bebouwde kom 80 km/u, op autowegen 100 km/u en op autosnelwegen maximaal 130 km/u, waarbij overdag op veel snelwegen 100 km/u geldt. Alle limieten en uitzonderingen vind je bij maximumsnelheid in Nederland. Hoe snelheid je stopafstand beinvloedt, lees je bij stopafstand en remweg.
Plaats op de weg, inhalen en invoegen
Je rijdt zo veel mogelijk rechts. Inhalen doe je links, met een paar uitzonderingen. Lees verder bij rechts inhalen en inhaalverbod, voorsorteren, invoegen op de snelweg, ritsen en richting aangeven.
Stilstaan en parkeren
Stilstaan is kort stoppen om iemand in of uit te laten stappen of te laden. Alles daarbuiten is parkeren. Het verschil is examenstof: zie parkeerverbod en stopverbod, parkeerborden en blauwe zone.
Soorten wegen
Elke wegsoort heeft eigen regels. Lees over de bebouwde kom, autoweg en autosnelweg, woonerf, fietsstraat en eenrichtingsweg.
Verlichting en zicht
Bij duisternis en slecht zicht voer je dimlicht. Mistlicht mag alleen onder bepaalde omstandigheden. Zie autoverlichting en mistlampen.
Bijzondere situaties
- spoorwegovergang en tunnels
- vluchtstrook, spitsstrook en busbaan
- keren en achteruitrijden en militaire colonne
- bellen achter het stuur en alcohol
Veelgemaakte fouten
- De rangorde vergeten — een verkeersregelaar gaat altijd voor.
- Denken dat de grootste weg voorrang heeft — zonder borden of markering geldt rechts voorrang.
- Stilstaan en parkeren verwarren — dat verschil kost punten.
- Losse regels leren zonder samenhang — het examen toetst toepassing in situaties.
Leertip
Werk van boven naar beneden door deze pagina: eerst de rangorde, dan voorrang, dan de rest. Oefen na elk onderwerp direct een paar vragen.
Kort onthouden
Verkeersregelaar, verkeerslicht, bord, algemene regel. Wie die volgorde kent, lost de meeste examenvragen op.
Oefenen
Oefen per onderwerp via theorievragen of ga direct naar auto theorie oefenen.
Veelgestelde vragen over verkeersregels
Waar staan de Nederlandse verkeersregels?
In het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, afgekort RVV 1990. Daarin staan ook alle verkeersborden.
Wat gaat voor: een verkeerslicht of een verkeersbord?
Het verkeerslicht. De volgorde is: aanwijzingen van een verkeersregelaar, verkeerslichten, verkeersborden en markeringen, en dan de algemene regels.
Wie heeft voorrang als er geen borden staan?
Op een gelijkwaardig kruispunt heeft verkeer van rechts voorrang, ook fietsers. Wel geldt dat bestuurders op een onverharde weg of een uitrit voorrang moeten verlenen.
Hoe hard mag je rijden binnen de bebouwde kom?
Meestal 50 km/u, tenzij borden iets anders aangeven. In steeds meer straten geldt 30 km/u.
Wat is het verschil tussen stilstaan en parkeren?
Stilstaan is kort stoppen om direct in of uit te stappen of te laden en lossen. Staat een voertuig langer stil zonder dat, dan is het parkeren.
Welke verkeersregels komen het meest voor op het theorie-examen?
Voorrang, snelheid, plaats op de weg, inhalen, stilstaan en parkeren. Die onderwerpen komen in veel verkeerssituaties samen.
Klaar om verder te oefenen?
Met dit overzicht weet je waar elke regel thuishoort. Nu is het tijd om ze toe te passen.
Start gratis met theorie oefenen
Laatst bijgewerkt: 26 september 2026. Gecontroleerd aan de hand van het RVV 1990. Geschreven door de redactie van Theorie Examen Oefenen.