Veelgemaakte fouten bij het theorie-examen: 10 valkuilen en hoe je ze voorkomt
De meeste kandidaten zakken niet omdat ze niets weten. Ze zakken omdat ze op een paar vaste punten steeds dezelfde fout maken. Met maar zes fouten speelruimte op vijftig vragen kun je je dat niet veroorloven. Het goede nieuws is dat die valkuilen voorspelbaar zijn. Wie ze kent, kan ze gericht wegwerken.
Kort antwoord: de meest voorkomende fouten gaan over voorrang (vooral fietsers, uitritten en afbuigende voorrangswegen), stilstaan versus parkeren, vaste getallen zoals snelheden en promillages, en examentechniek: te snel lezen of een woord als niet over het hoofd zien.
De 10 valkuilen
1. Fietsers van rechts vergeten
Op een gelijkwaardige kruising gaat ook een fietser van rechts voor. Veel kandidaten denken onbewust dat de auto voorgaat. Zie fietsers voorrang.
2. Uitrit en onverharde weg niet herkennen
Wie van een uitrit, erf of onverharde weg komt, verleent voorrang aan iedereen. Op de foto zie je dat aan een verhoogde stoep of een zandweg. Zie uitritconstructie.
3. De afbuigende voorrangsweg verkeerd lezen
Het onderbord laat zien hoe de voorrangsweg loopt. Wie rechtdoor gaat, verlaat soms de voorrangsweg. Zie afbuigende voorrangsweg.
4. De rangorde vergeten
Een verkeersregelaar gaat voor verkeerslichten, verkeerslichten gaan voor borden, en borden gaan voor de algemene regels. Zie verkeersregels.
5. Stilstaan en parkeren verwarren
Kort stoppen om iemand te laten uitstappen is stilstaan, en dat mag bij een parkeerverbod wel. Bij een stopverbod niet. Zie parkeerverbod en stopverbod.
6. Vaste getallen door elkaar halen
Denk aan 0,2 en 0,5 promille, 90 km/u met een aanhanger, 1,35 meter voor kinderzitjes en 1,6 millimeter bandenprofiel. Maak er een lijstje van en herhaal het vaak. Zie maximumsnelheid en kinderzitje regels.
7. Haaientanden missen
Haaientanden gelden ook zonder bord. Op foto’s zijn ze soms klein, maar ze zijn beslissend. Zie voorrangsborden.
8. Bij gevaarherkenning te laat of te vroeg reageren
Remmen als er niets aan de hand is, of niets doen als er een fietser achter een bus vandaan kan komen. Kijk naar wat er kan gebeuren, niet alleen naar wat er gebeurt. Zie gevaarherkenning oefenen.
9. Te snel lezen
Woorden als niet, altijd, mag en moet veranderen de vraag. Lees de vraag helemaal, en pas daarna de antwoorden.
10. Twijfelen en wisselen
Wie lang twijfelt en van antwoord wisselt, kiest vaak juist de verkeerde. Heb je de regel geleerd, vertrouw dan op je eerste redenering en ga verder.
Zo pak je je eigen fouten aan
- Maak een foutenlijst na ieder proefexamen, per onderwerp.
- Zoek het patroon: zijn het vooral voorrangsvragen, borden of getallen?
- Lees de uitleg bij dat onderwerp opnieuw en oefen er daarna gericht op.
- Maak pas weer een volledig proefexamen als je dat onderwerp beheerst.
Blijf je zakken, lees dan wat als je blijft zakken en hoeveel fouten je mag maken.
Leertip
Een fout die je begrijpt, maak je zelden twee keer. Besteed daarom meer tijd aan de uitleg bij je fouten dan aan het maken van nieuwe vragen.
Kort onthouden
Let op fietsers, uitritten en haaientanden, ken je vaste getallen, en lees iedere vraag helemaal voordat je antwoordt.
Oefenen
Test waar je staat met een proefexamen en werk daarna je zwakke onderwerpen weg via theorievragen.
Veelgestelde vragen over fouten bij het theorie-examen
Welke onderwerpen gaan het vaakst fout?
Vooral voorrang, zoals fietsers van rechts, uitritten en afbuigende voorrangswegen, en het verschil tussen stilstaan en parkeren.
Hoeveel fouten mag je maken bij het theorie-examen?
Bij het theorie-examen voor rijbewijs B moet je minimaal 44 van de 50 vragen goed hebben. Je mag dus maximaal 6 fouten maken.
Hoe voorkom ik slordigheidsfouten?
Lees de hele vraag voordat je naar de antwoorden kijkt en let op woorden als niet, altijd, mag en moet.
Moet ik van antwoord wisselen als ik twijfel?
Alleen als je een concrete reden ziet. Heb je de regel goed geleerd, dan is je eerste redenering vaak de juiste.
Hoe leer ik van mijn fouten bij het oefenen?
Houd per onderwerp bij waar je fouten maakt, lees de uitleg opnieuw en oefen gericht op dat onderwerp voordat je een nieuw proefexamen maakt.
Welke getallen moet ik zeker kennen?
Onder meer de maximumsnelheden, 0,2 en 0,5 promille, 90 km/u met een aanhanger, 1,35 meter voor kinderzitjes en 1,6 millimeter bandenprofiel.
Klaar om verder te oefenen?
Wie zijn valkuilen kent, heeft ze al half weggewerkt. Nu gericht oefenen.
Start gratis met theorie oefenen
Laatst bijgewerkt: 26 september 2026. Gebaseerd op de examenstof van het CBR en het RVV 1990. Geschreven door de redactie van Theorie Examen Oefenen.